Afbouw van een traject

In de meeste budget- en schuldhulpverleningstrajecten en zowel binnen schuldbemiddeling als collectieve schuldenregeling is op een bepaald moment afbouw aan de orde. Cliënten hebben jarenlang met een beperkt budget moeten leven en hebben bepaalde verantwoordelijkheden overgedragen aan hun schudbemiddelaar. Het is belangrijk de cliënt tijdig bewust te maken van de verantwoordelijkheden die hij opnieuw moet dragen. In een afbouwtraject moet aandacht gaan naar de vaste kosten, het beschikbare budget, betaalverplichtingen en het gedrag dat daarmee gepaard gaat. Als je vermoedt dat volledige zelfredzaamheid onmogelijk is, is een tijdige opstart van gepaste ondersteuning noodzakelijk.

Hieronder vind je een beknopt overzicht van hoe je op een goede manier een afbouwtraject begeleidt. Wil je uitgebreidere toelichting? Bekijk dan zeker deze afbouw-checklist van BIZ West-Vlaanderen en het stappenplan van BIZ Antwerpen

​Wanneer afbouwen?

  • ​wanneer cliënten aangeven te willen stoppen met budgetbeheer of budgetbegeleiding.

  • of wanneer uit de periodieke evaluatie van de hulpverlening blijkt dat de vooropgestelde doelstellingen gerealiseerd zijn en hulpverlening niet meer nodig/wenselijk is.

  • of wanneer cliënten over de vaardigheden beschikken om financieel zelfredzaam te zijn.

  • of wanneer aan cliënten de ontbrekende vaardigheden aangeleerd kunnen worden.

  • of wanneer een collectieve schuldenregeling ten einde loopt en de cliënt nadien zelfstandig zijn budget moet beheren.

​Wanneer beëindigen?

  • ​wanneer cliënten over de noodzakelijke financiële vaardigheden beschikken.

  • én wanneer cliënten voldoende vertrouwen hebben in zichzelf dat ze financieel zelfredzaam kunnen zijn.

  • én wanneer cliënten weten waar ze terechtkunnen met vragen en moeilijkheden.

  • én wanneer cliënten een stabiel inkomen hebben.

​Hoe afbouwen?

  • ​in kaart brengen van de financiële vaardigheden waarover de cliënt al beschikt en welke versterkt moeten worden (op vlak van afhandelen van post, ordenen van administratie, zicht hebben op inkomsten en uitgaven, uitvoeren van financiële handelingen zoals betalingen, plannen van inkomsten en uitgaven, omgaan met leefgeld).

  • een stappenplan uitwerken voor de ontbrekende of onvoldoende sterke vaardigheden, met duidelijke verwachtingen, doelstellingen en haalbare timing.

  • doelgericht werken: doelstellingen formuleren (met en door cliënt) en hieraan gericht werken.

  • verantwoordelijkheden van de cliënt stelselmatig verhogen: post zelf ontvangen en sorteren, facturen zelf betalen,  van wekelijks naar tweewekelijks of maandelijks leefgeld, minder contactmomenten met hulpverlener, ...

  • taakgericht werken: taken bepalen en toewijzen aan cliënt of hulpverlener. Samen met de graduele toename van verantwoordelijkheden bij de cliënt, ook meer taken aan de cliënt toevertrouwen.

  • oog hebben voor het gedrag van de cliënt: beschikt hij over voldoende zelfvertrouwen, zelfcontrole, inzicht om zelfredzaam te blijven?

  • met cliënt afspraken maken over contactname bij vragen en moeilijkheden: bij wie kan de cliënt terecht als het wat moeilijker loopt of er problemen opduiken?

  • als het stappenplan doorlopen is, alle vaardigheden zijn ontwikkeld, de cliënt voldoende zelfzeker is en de opgelegde taken tot een goed einde brengt, kan budgetbeheer/budgetbegeleiding/hulpverlening beëindigd worden.

​Als het gaat om financieel redzaam zijn, zijn bepaalde financiële vaardigheden en gedragingen van belang. Hierop inzetten is essentieel en kan doorheen de ganse hulpverlening of in een zogenaamde afbouwfase. Onze toolbox kan je hierbij helpen. 

Vorige
Vorige

Financiële opvoeding van kinderen

Volgende
Volgende

Cliënten ondersteunen in gedragsverandering