Wat is financiële redzaamheid?
Iemand is financieel redzaam wanneer die persoon voldoende inkomen heeft om menswaardig te leven en erin slaagt om de eigen uitgaven en inkomsten in evenwicht te houden, zowel vandaag als in de toekomst. Daarvoor zijn een menswaardig inkomen, goede financiële vaardigheden en een gezond financieel gedrag nodig.
Menswaardig inkomen
De eerste en ook noodzakelijke voorwaarde voor financiële redzaamheid is een menswaardig inkomen. Hiermee bedoelen we een inkomen waarmee je alle uitgaven kan betalen die minimaal nodig zijn om volwaardig aan de samenleving te kunnen deelnemen. Om te bepalen hoe hoog een menswaardig inkomen is, gebruiken we de referentiebudgetten voor maatschappelijke participatie als ondergrens.
Dat menswaardig inkomen is zo belangrijk omdat langdurig moeten rondkomen met een te laag inkomen een kettingreactie van negatieve gevolgen in gang zet. De impact daarvan op iemands leven is vaak ontwrichtend. We weten al langer dat geldzorgen leiden tot stress, schaamte, kortetermijndenken en een gebrek aan zelfcontrole. Dit versterkt gewoontegedrag en ondermijnt doelgericht handelen, waardoor het nog moeilijker wordt om uit armoede of financiële moeilijkheden te ontsnappen.
Een menswaardig inkomen kan deze negatieve spiraal stoppen en mensen weer regie over hun leven geven.
Om referentiebudgetten op maat van échte gezinnen te kunnen berekenen, ontwikkelden wij drie handige webapplicaties. REMI Sociaal voor Belgische OCMW’s, REMI Schuldenvrij voor actoren in de budget- en schuldensector en REMI Student voor het hoger onderwijs. Deze applicaties geven een concreet antwoord op de vraag hoeveel inkomen een specifiek gezin minimaal nodig heeft om volwaardig te kunnen deelnemen aan de samenleving.
Financiële vaardigheden
De tweede voorwaarde om tot financiële redzaamheid te komen, is beschikken over voldoende financiële vaardigheden. Daarmee bedoelen we de kennis en kunde die nodig is om belangrijke financiële taken op te nemen. Denk daarbij aan administratie beheren, inzicht hebben in inkomsten en uitgaven, een budgetplan opstellen, duurzame keuzes maken, toekomstige noden voorzien en inplannen, enzovoort.
Het Nibud (Nederlands Instituut voor Budgetvoorlichting) formuleerde vier pijlers:
Voldoende inkomsten verwerven om van te leven
Geldzaken organiseren
Verantwoord besteden (hier en nu)
Voorbereid zijn op onvoorziene gebeurtenissen en toekomstige wensen
Om de redzaamheid zo groot mogelijk te maken en te houden, is het bij financiële hulpverleningstrajecten aangewezen om alleen die taken over te nemen die op dat moment een belemmering vormen voor financiële redzaamheid. Vervolgens is het aangewezen om de financiële vaardigheden van cliënten te versterken zodat ze stap voor stap zelf de regie terugnemen. Voor taken waar (blijvende) professionele hulp wenselijk is, zoek je samen met de cliënt en diens netwerk naar de meest passende vorm van ondersteuning
Financieel gedrag
De derde vereiste om tot financiële redzaamheid te komen, houdt verband met het gedrag dat iemand vertoont. Weten alleen is niet genoeg, mensen moeten het ook doen. Voor wie onvoldoende inkomen heeft, kan dit een enorme uitdaging zijn. Bekijk deze voorwaarde daarom ook nooit los van het beschikbare inkomen en stem je verwachtingen hierop af.
Ons financieel gedrag wordt beïnvloed door bewuste keuzes, maar ook door onbewuste gewoontes en automatismen. Verandering vraagt om het doorbreken van oude patronen en het aanleren van nieuwe, gezonde gewoontes. Mensen stimuleren om nieuw gewoontegedrag te creëren en doelgericht te handelen is dan de weg vooruit.
Hoe ook context ons gedrag vormt
Financiële opvoeding
Kinderen leren financieel gedrag vooral door observatie waarbij hun ouders als rolmodel optreden en door socialisatie in gesprekken en directe sturing.Normen en waarden
Iemands houding tegenover geld wordt gevormd door de sociale omgeving. Reclame, consumptienormen en groepsdruk beïnvloeden wat we als ‘gepast’ gedrag zien. We passen ons gedrag aan om erbij te horen.Sociale steun
Steun uit de omgeving is cruciaal voor duurzame gedragsverandering. Een sterk netwerk helpt bij het ontwikkelen en volhouden van gezonde financiële gewoontes. Wie weinig steun ervaart, kan baat hebben bij groepswerking of verenigingen.Maatschappelijke context
Ook wetgeving en instituties hebben een invloed op het financieel gedrag. Ze bepalen bijvoorbeeld mee de hoogte van het (netto) inkomen en leggen regels op over lenen, interesten en het invorderen van schulden. Ze spelen daarnaast ook rol in het al dan niet toelaten van praktijken die mensen tot ongezond financieel gedrag kunnen aanzetten.
Factoren die mee ons financieel gedrag sturen
Schaarste
Geldgebrek activeert neurologische processen die leiden tot tunnelvisie: we focussen op het tekort dat we ervaren, verliezen toekomstperspectief en nemen kortetermijnbeslissingen. Daardoor kopen mensen soms op krediet of stellen ze zorg uit.Zelfcontrole
Schaarste put onze mentale energie uit, waardoor zelfcontrole afneemt. Dagelijkse keuzestress maakt het moeilijker om verleidingen te weerstaan omdat we gevoeliger worden voor beloningen.Stress
Langdurige stress beperkt onze cognitieve functies zoals ons geheugen, impulsbeheersing, emotieregulering of het kunnen stellen van prioriteiten. Dit verklaart waarom mensen afspraken niet nakomen of zo heftig reageren op een beslissing.Gewoontegedrag
Gewoontes zijn efficiënt, maar zijn moeilijk te veranderen. Ze beperken ons vermogen om bewuste, toekomstgerichte keuzes te maken. Nieuwe gewoontes aanleren en patronen doorbreken is essentieel als je gezonde gedragingen wil aanmoedigen.Gedragscontrole (locus of control)
Mensen die het gevoel hebben dat ze niet zelf in controle zijn, nemen minder initiatief. Als ze het gevoel krijgen dat hun eigen acties het resultaat bepalen, stimuleert dat de daadkracht. Concrete, kleine stappen kunnen dit versterken.Self-efficacy (zelfvertrouwen)
Mensen die vertrouwen hebben in hun capaciteiten, zijn vaker geneigd gedrag te stellen waarmee ze vooruitgaan in het leven. Succeservaringen in kleine stappen leert mensen vertrouwen hebben in zichzelf.